Woensdag 18 september

Vandaag stond er ons opnieuw een heel avontuur te wachten. Na het ontbijt, waarop eigenlijk meteen het middageten volgde en wat kleine rantsoeninkopen vertrokken we met de bus naar het treinstation van Shanghai om er met de nachttrein naar Luoyang te reizen. Door het drukke verkeer was Sally al gestresseerd maar toen we aan het station aankwamen en Harry’s valies er niet bij bleek te zijn, stond de paniek even in haar ogen te lezen. Gelukkig holde Tom achter de bus aan en bleek Harry’s valies in de koffer te zijn blijven liggen.

Het was een heel gedoe om alle festivalgroepen op de trein te krijgen. Toen we na lang aanschuiven eindelijk de trein opkonden, schrokken we wel even van ons verblijf voor de komende 17 uur: een heel smal gangetje met daarboven bagageruimte die al helemaal ingenomen was door de Australiërs en verschillende coupés met telkens twee keer drie bedden boven elkaar. Niet echt comfortabel dus, maar als we de lichaamsgeuren van zoveel op elkaar gepakte mensen negeerden, werd het best gezellig: spelletjes spelen, kruiswoordraadsels oplossen, verbroederen met Polen en dronken Australiërs … we wisten ons wel bezig te houden. Om tien uur ‘s avonds ging het licht echter onverbiddelijk uit en mochten we onze barak niet meer uit, tenzij om even naar het toilet te gaan en zelfs dat was ons niet altijd gegund. Als de trein stilstaat in een station mag je namelijk niet naar het toilet en de bewakers deden het toilet dan ook radicaal op slot, soms wel voor een half uur, meestal net op het moment dat je ontzettend dringend moest. Afgezien van mijn ergernis om het bewakingsregime van de Chinese conducteurs, was het een ontzettend toffe treinreis.

Donderdag 19 september

Voor dag en dauw werden we gewekt door Dimi die op het bovenste bed sliep en zijn hoofd tegen het plafond stootte. Meteen lachen geblazen en iedereen was klaarwakker. Met een half uurtje vertraging kwamen we aan in Luoyang. Rustig wakker worden was er niet bij, we werden meteen door onze nieuwe gids Lucas in een museum gedropt. Het skelet van een mammoet vonden we nog tof, maar de zoveelste pot, munt of schilderij kon onze vermoeide hoofdjes niet echt boeien. De Wifi in het museum daarentegen wel. Meteen haalde iedereen zijn smartphone boven om een mailtje te sturen of iets op de blog te plaatsen met als gevolg dat het netwerk de vele bezoekers niet aankon en uitviel. Na het museum mochten we inchecken in ons hotel, waar ook de luidruchtige Spanjaarden logeren. In vergelijking met ons tophotel in Shanghai doet dit hotel me meer denken aan een schimmig rendez-voushotelletje. Vuile tapijten en bedden of niet, een middagdutje en een douche hadden we dringend nodig om er bovenop te raken. Na ons dutje gingen we eten in een restaurant en het eten in Luoyang lijkt ons precies lekkerder dan dat van Shanghai. ‘s Avonds verkenden we nog even de omgeving en na een wandeling door de smoezelige straatjes van Luoyang belandden we met de hele groep in de bar van een hotel in de buurt maar na een paar pintjes was iedereen doodop en kropen we vroeg onder de wol.

Vrijdag 20 september

Vanochtend waren we opnieuw vroeg uit de veren voor een bezoek aan de Longmengrotten, een complex van grotten en holtes waarin grote en kleine beelden van Budha en voorname personen waren uitgehakt. Longmen betekent overigens draak en de grotten werden zo genoemd omdat ze vanuit de lucht gezien op een draak leken. We moesten er wel wat trappen voor doen maar het grote Budhabeeld was echt indrukwekkend. Vanop een sampan op het water had het zicht vast nog mooier geweest, maar helaas was er geen tijd voor een boottochtje omdat er een tempel op ons wachtte. Bij deze tempel – waarvan ik de naam wederom even kwijt ben – zagen we voor het eerst echte monniken. Blijkbaar zijn ook monniken mee met hun tijd en hebben ook zij een smartphone. Wij moesten ons echter wel hoeden voor bepaalde taboes: zo mochten we niet op de drempel van de tempel stappen, mochten we geen foto’s van Budha nemen en moesten we ten allen tijde de gids volgen, iets waar de eigenzinnige Gelmellers het wel eens lastig mee hebben.

Na het middageten trokken we onze danskledij nog eens aan voor de repetitie voor de parade van morgen en een optreden op een groot plein. Maar of we nu kledij aan hebben of niet, we trekken steevast de aandacht. Chinezen – zeker die in Luoyang – lijken nog nooit een Westerling gezien te hebben, zeker geen blonde, want we kunnen geen twee stappen zetten of er neemt wel iemand een foto van ons. Tijdens een stoet of optreden is dat natuurlijk normaal, maar ook in onze vrije tijd worden we voortdurend aangestaard en nemen mensen ongevraagd foto’s van ons. Bij het wachten voor het optreden stelden sommigen zich zelfs ronduit agressief op om met ons op de foto te gaan. Het is een fenomeen dat ons al de hele reis achtervolgt maar nu we zelfs niet meer rustig op restaurant kunnen zitten, vinden we dat paparazzigedoe toch niet meer zo leuk.

‘s Avonds probeerden we in de omgeving van ons hotel nog een ander cafeetje te vinden, maar we vonden enkel restaurants waar ze niet begrepen dat we gewoon iets wilden drinken. Uiteindelijk belandden we met een aantal in de bar van hetzelfde hotel als de vorige avond, de jongens gingen de sfeer in de Chinese straatjes opsnuiven.

Zaterdag 21 september

Vandaag moesten we opnieuw vroeg uit de veren, deze keer voor de echte stoet. Deze parade had niet zo’n indrukwekkende praalwagen als die uit Shanghai maar er kwam zeker veel volk naar ons kijken. Het leek wel of de Chinezen zich op hun best hadden uitgedost. Ook nu moesten we redelijk lang wachten voor de stoet begon maar dit keer verliep hij wel vlekkeloos. We traden drie keer op tijdens de stoet en de muziek startte gelukkig steeds op het juiste moment, telkens een pak van ons hart.

Na de stoet en de optredens kleedden we ons om en bezochten we een museum. Onze gids is niet altijd even informatief dus het was me niet helemaal duidelijk om wat voor museum het ging, alleszins een museum over paarden. Het museum bestond eigenlijk maar uit een kamer met paardenkadavers en koetsen die niet eens echt waren, maar nagemaakt uit beton. Lang zijn we er dan ook niet gebleven